Bij het aanschouwen van de vulkanische fenomenen in de natuurbelevenisregio Vulkaneifel staat het vulkanisme van de maaren zeer vaak op de voorgrond. Maar in de bewogen geschiedenis van de aarde hebben ook andere vulkanische activiteiten in de Vulkaneifel hun tot op de dag van vandaag zichtbare sporen achtergelaten.




De kwartaire slakkenvulkanen behoren eveneens tot de geologische attracties van het "Westeifeler Vulkanfeld" en zijn in totaal 350 vulkanen. Anders dan bij de erupties van maaren spelen de lagen met water bij het ontstaan van de slakkenvulkanen een meer ondergeschikte rol.
In het transportkanaal van de slakkenvulkaan stijgt de magma genoemde smelt van gesteente uit de breukzones van de aardkorst zonder intensieve watertoevoer naar boven. Eerst het explosieve uitruimen van het transportkanaal in de buurt van het aardoppervlak wordt door het samenkomen van water en heet magma veroorzaakt. Nadat de druk zich in de explosie heeft ontladen en lava, as en slakken uitgeworpen zijn, vloeit verder lava uit het transportkanaal naar boven.

Op het aardoppervlak laten de verschillende vulkanische sedimenten een berg ontstaan. Daarom spreekt men bij slakkenvulkanen geomorfologisch van een positieve vorm. Een bijzonder interessante vorm van een slakkenvulkaan is te vinden op het gebied van het Mosenberg vulkaancomplex. Hier heeft het compacte materiaal van de Windborn, dat geen water doorlaat, ervoor gezorgd dat krater en transportsleuf zich met water van het oppervlak gevuld hebben.
Zo is het kratermeer van Windsborn als enig kratermeer ten noorden van de Alpen ontstaan. Met vondsten zoals de lavaspletenwand van Strohn heeft ook de uit drie grote slakkenkegels bestaande Wartgesberg bijgedragen tot de verklaring van vulkanische fenomenen. Hoe geweldig de vulkanische krachten in de Vulkaneifel ook gewoed hebben, een blok basalt zoals de bijna 120 ton zware Strohner "lavabom" konden ze ook niet in de lucht slingeren.
Ontstaan is de lavabom uit een stuk kraterwand dat bij de uitbarsting van de noordelijke Wartgesberg-vulkaan losgeraakt is, in de transportsleuf terug gerold was en bij de volgende uitbarstingen meerdere malen naar boven getransporteerd werd. Zoals bij een sneeuwbal bleven daarbij gloeiende lavastukken aan de lavabom kleven. Tenslotte verdween ze in de kraterwal, waar ze in 1969 bij opblaaswerkzaamheden tevoorschijn kwam.