De kratervormige kuilen in het aardoppervlek zijn het resultaat van geweldige explosies, waarbij de aanwezigheid van water een beslissende rol schijnt te hebben gespeeld.
Door het samenkomen van lagen met water en de opstijgende smelt van het gesteente, ook magma genoemd, werden in de Vulkaneifel voor het laatst 10.000 jaar geleden bij het ontstaan van de Ulmener Maar freatomagmatische explosies veroorzaakt, die geweldige trechters in de romp van het Devonische Eifel-gebergte bliezen. Dat verklaart ook waarom de aan het oppervlak koud geworden gesteentefragmenten van de erupties van de maaren een hoog, tot 90 procent reikend aandeel aan fragmenten van het grondgebergte bevatten.


Daar bij een eruptie van een maar het explosieachtige uitwerpen van gesteente uit diepere lagen het instorten van het oppervlak veroorzaakt en zo een kuil in het aardoppervlak ontstaat, wordt deze vorm van vulkanisme geomorfologisch een negatieve vorm genoemd. Na het einde van de vulkanische activiteit vult de trechter van de maar zich met van de kraterrand afbrekend gesteente en het vulkanische materiaal dat uitgeworpen werd en dat van de tufsteen wallen in de ketel van de maar glijdt. Tot slot vormt zich door nastromend grond- of regenwater een maarmeer.

De ogen van de Eifel

Van de wegens hun diepblauwe water ook „ogen van de Eifel“ genoemde maarmeren zijn in de Eifel alleen nog de Ulmener Maar, de Gemündener Maar, de Weinfelder Maar, de Schalkenmehrener Maar, de Immerather Maar, de Pulvermaar, de Holzmaar en de Meerfelder Maar overgebleven.
Hoe geweldig de explosies moeten zijn geweest, wordt op imponerende wijze door de Meerfelder Maar bewezen, die met een diameter van 1,7 km en een trechterdiepte van bijna 200 m de grootste maarketel van de Vulkaneifel vormt. Met uitzondering van de acht maarmeren hebben alle andere maaren zich als gevolg van een toenemende verandering in land tot veengebieden of tot droge maaren ontwikkeld.
Onder deze maaren behoren de Mosbrucher Weiher, het Strohner Määrchen, de Dürre Maar en de Mürmes als binnen een maarketel gelegen tussenveen tot een in Midden-Europa uniek natuurfenomeen. Uniek is ook de Eckfelder Maar, de met ongeveer 45 miljoen jaren oudste maar van de Vulkaneifel. In de wereldberoemde uitgraving hebben paleontologen sensationele fossielen zoals het skelet van het „Eckfelder oerpaardje“ gevonden, dat tijdens het ontstaan van de Eckfelder Maar in de Vulkaneifel leefde.