Klimaatarchieven op de continenten - Van de Eifel in de wereld.
Een bijdrage van Prof. J.F.W. Negendank

Sinds 30 jaar heeft de Negendank werkgroep zich beziggehouden met de sedimenten van de trechters van de maaren.

Deze werkstukken gingen van de Eifel uit, waarin deze vulkaankraters de naam „maar“ van Steininger in 1819 hadden gekregen, waaraan Thiedemann in 1916 de definitie voor eutrofe en oligotrofe (voedselrijke en voedselarme) wateren aan toevoegde. Behalve de nog met water gevulde maaren zijn er tot land geworden of droge maaren, bijv. de Maar van Eckfeld uit het Eoceen, dat door het rijke voorkomen van fossielen uit het tropisch klimaat net zoals de groeve Messel wereldberoemd werd en de aanleiding tot de oprichting van het Maarmuseum in Manderscheid was. De jongere maaren daarentegen behoren tot het West-Eifel-vulkanisme (700.000 jaar oud), waarbij de met water gevulde maaren als de meest spectaculaire maaren in de literatuur zijn opgenomen. In hen vindt men in jaren ingedeelde lagen diatomeengyttja´s (eutroof) en siderietlaminieten (oligotroof) in het Holoceen (huidige warme tijd), die het mogelijk maakten een jaarkalender voor de afgelopen 23.000 jaar op te stellen.


Daarmee waren klimaatarchieven op de continenten - in de eigenlijke leefruimte van de mens - gevonden, die het mogelijk maakten indicatoren t.a.v. tijd, milieu en klimaat met een resolutie van jaren en decennia te documenteren; ze zijn op grond van hun kalender aantekeningen een documentatie in vorm van 'quasimeteorologische' meettabellen. Daar het in de Eifel in de maarmeren niet mogelijk was een volledig warvenprofiel over de 23.000 jaren en eerder te verkrijgen, werden wereldwijd maarmeren in de verschillende klimaatzones op het Euraziatische continent aangeboord (afb. 1) met soortgelijk fascinerende resultaten als in de Eifel, echter voor een periode sinds 130.000 jaren, de laatste glaciale cyclus en de warme periode daarvoor, het zogenaamde Eemien omvattend. Het gaat hier bijv. over het maarmeer Lago Grande di Monticchio in Italië, in de sequentie waarvan voor het eerst de duur van een warme periode aan de hand van de warven kon worden berekend, die 17.700 jaar geduurd heeft. We leven in het huidige interglaciaal sinds 11.600 jaar (Eifel-warvenchronologie). De werkgroep Sirocko (universiteit Mainz) heeft droge maaren in de afgelopen jaren aangeboord en de tijd voor de Eifel tot in het Eemien uitgebreid, waarbij de gepubliceerde chronologie geen warvenchronologie is, maar op „Wiggle-matching“ berust. De winning van de meersedimenten in met water bedekte maaren gebeurt door steektechnieken vanaf een vlot (afb. 2) met behulp van de Usinger-sonde en werd in de afgelopen 30 jaar parallel met het onderzoek geperfectioneerd, zodat men onder een waterdiepte van 20-40 m ca. 100 m sedimenten precies kan winnen. Voorwaarde voor het opstellen van een betrouwbare chronologie is de evaluatie van minstens 3-4 overlappende sedimentkernen, waarvan wederom overlappende slijpplaatjes gemaakt worden, waarmee men met de microscoop de afzonderlijke lagen van de jaren en jaargetijden – dus warve voor warve in deze kernen – identificeert, correleert en evalueert. De onderzoeken zijn multi- en interdisciplinair. Het opstellen van de tot dusver enige warvenchronologieën voor de afgelopen 130.000 jaar (Eifel en Monticchio) duurde 15 jaar met ca. 50 wetenschappers van de meest uiteenlopende vakgebieden (bijv. volgende werkgroepen: Litt / Bonn; Usinger / Kiel; Schleser / Jülich; Huntley / Durham).