Vulkanische superlatieven van de Eifel

In de Vulkaneifel zijn 75 maaren wetenschappelijk bewezen. Tien trechters daarvan zijn tot vandaag steeds met water gevuld en herbergen een maarmeer - dit zijn de „ogen van de Eifel“, zoals de schrijfster Clara Viebig ze poëtisch genoemd heeft.

In andere trechters hebben de maarmeren zich, nadat ze droog geworden zijn, tot hoogvenen met heel speciale plantensoorten verder ontwikkeld. Andere maaren hebben nooit een maarmeer bevat of zijn reeds door de natuurlijke afgravingprocessen, de erosie, geëgaliseerd en slechts nog te herkennen als vlakke kuilen in de vorm van een sleutel. De centrale bereiken van trechters van de droge maaren zijn gedeeltelijk tot op een diepte van meer dan 100 meter met los gesteente gevuld.

Ook wanneer er aan het oppervlak geen maarmeer is ontstaan, heeft zich toch in de tussenruimtes en poriën van deze vullingen grondwater verzameld. Enkele droge maaren zijn tegenwoordig een belangrijk bestanddeel van de drinkwaterverzorging in de Vulkaneifel.

De Eckfelder Maar bij Manderscheid is met een leeftijd van 44,3 miljoen jaar de oudste maar in de Eifel. Hij is wereldberoemd als vindplaats van dieren en planten uit het Tertiair (krokodillen, oerpaarden, palmen enz.) en dient bovendien de wetenschap als continentaal klimaatarchief. Met een diameter van 1730 m en een kraterdiepte van 400 m is de Meerfelder Maar de grootste, tot dusver bekende maar van de Vulkaneifel. Met een diameter van slechts een paar meter en een slechts sporadische vulling met water geldt de „Hetsche“ in de buurt van de Holzmaar bij Gillenfeld als de kleinste maar.